Bedrijfstakpensioenfondsen en mogelijke vrijstellingen of dispensaties

  • Pensioen consultancy

Wij hebben vaak te maken met ondernemingen die onze hulp zoeken, bij het bepalen, of zij al dan niet onder een verplicht gesteld bedrijfstak pensioenfonds vallen. Moet ik altijd aansluiten? of zijn er mogelijkheden om een vrijstelling of dispensatie aan te vragen?

Alle mogelijke vrijstelling zij terug te vinden op Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000

In onderstaand blog zal ik ingaan op de mogelijkheden van een zogenaamde Artikel 2 Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000. In mijn volgende blog kom ik terug op andere vrijstellingsmogelijkheden.

Om op basis van artikel 2 een vrijstelling of dispensatie aan te vragen moet je aan 1 zeer belangrijke voorwaarden voldoen!

“Had de onderneming tenminste 6 maanden voordat zij onder de verplichtstelling van het fonds viel al een bestaande regeling pensioenregeling en Is deze actuarieel gelijkwaardig?”

Op zich lijkt deze voorwaarden eenduidig en eenvoudig uit te zoeken, maar is dat ook zo? Om deze vraag te beantwoorden zal er een tijdslijn gemaakt moeten worden.
Op deze tijdslijn zetten wij dan de activiteiten van de onderneming af tegen de verplichtstelling van het fonds. Dit moet echt een tijdslijn zijn, want activiteiten en verplichtstellingen kunnen door de tijd heen wijzigen.

Ik zal een aantal gevallen onderstaand verder uitwerken. In alle gevallen is sprake van een actieve eigen pensioenregeling.

De onderneming viel qua activiteiten al direct van af het moment van oprichting onder een verplichtstelling, maar de onderneming heeft een eigen pensioenregeling.
Helaas is dit een vaak voorkomende situatie. De onderneming viel al van af de oprichting onder een verplicht gesteld pensioenfonds, maar is daar nooit (al dan niet bewust) aangemeld. Het feit dat er een bestaande pensioenregeling is doet er dan niet meer toe. Op basis van artikel 2 is een vrijstelling niet haalbaar.*

– Voor de toekomst zal je in alle gevallen bij het fonds moeten aansluiten.
– Voor het verleden (terugwerkende kracht) is dit in principe ook zo, echter in gevallen kan er een afspraak met het fonds worden gemaakt om het verleden bij de verzekeraar af te wikkelen. Hiervoor moet een zogenaamde artikel 6 afwikkelingsvrijstelling worden aangevraagd. In mijn blog over dit artikel nummer zal ik deze mogelijkheid verder uitleggen.

De onderneming valt NU onder de verplichtstelling en heeft een eigen pensioenregeling.
Zoals eerder aangegeven moet de onderneming een eigen pensioenregeling hebben die al tenminste 6 maanden actief is voordat zij onder de verplichtstelling viel. In dit geval zullen wij dus de tijdslijn moeten neerzetten. Hierin bepalen wij per wanneer de activiteiten van de onderneming onder de verplichtstelling vielen van het fonds. Deze tijdslijn geeft één van de volgende antwoorden:

– De onderneming viel al van af het begin onder de verplichtstelling (zie voorgaande casus);
– De onderneming valt onder de verplichtstelling (door wijziging activiteiten of verplichtstelling van het fonds) en heeft een pensioenregeling (of geen) die korter dan 6 maanden bestaat voordat de onderneming onder de verlichtstelling kwam te vallen. Helaas wordt er dus niet aan de 6 maanden termijn voldaan. (zie voorgaande casus)
– De onderneming valt onder de verplichtstelling (door wijziging activiteiten of verplichtstelling van het fonds) en heeft een pensioenregeling die tenminste 6 maanden bestaat voordat de onderneming onder de verplichtstelling kwam te vallen. Doordat aan het 6 maanden criterium is voldaan kan er zowel voor de toekomst als voor het verleden een artikel 2 vrijstelling worden aangevraagd. Dit kan wel tot gevolg hebben dat de eigen pensioenregeling moet worden aangepast en actuarieel gelijkwaardig gemaakt moet worden.

*(in de andere blogs zal ik aandacht schenken aan de mogelijke vrijstellingen op basis van artikel 3, 4 of 5)